Wormen bij hond en kat

De meest voorkomende wormsoorten bij honden en katten zijn spoelwormen en lintwormen. Beide soorten wormen leven in de dunne darm. Hieronder leest U hoe uw hond of kat met spoelwormen in aanraking kan komen, waaraan U een wormbesmetting herkent en wat U er vervolgens aan kunt doen. Volgende keer worden de lintwormen onder de loep genomen.

Spoelwormen
Spoelwormen behoren tot de rondwormen en zijn aldus rond van vorm. Ze kunnen van enkele centimeters tot wel 18 cm lang worden en zien eruit als spaghettidraden.

Besmetting
Eitjes van spoelwormen kunnen overal liggen. De eitjes kunnen terecht komen op de pootjes, vacht of neus van Uw hond of kat. Het dier hoeft zich vervolgens maar even te likken of wassen en krijgt op die manier de wormeitjes binnen. Zelfs dieren die nooit buiten komen kunnen zo besmet worden met wormen. U kunt de wormeitjes namelijk zelf binnenbrengen via bijvoorbeeld Uw schoenen. De ingeslikte wormeitjes komen terecht in het darmkanaal, alwaar de wormeitjes zich ontwikkelen tot wormlarven. Bij volwassen honden en katten ontwikkelen de larfjes zich meestal niet verder en gaan over in een rusttoestand in weefsels in het lichaam. Vrijwel alle honden en katten komen in hun leven wel eens een keer in aanraking met eitjes van spoelwormen en hebben daardoor wormlarfjes in rustfase in hun lichaam. Zodra een poes of teef drachtig wordt "ontwaken" de wormlarfjes uit hun rusttoestand en trekken naar de melkklieren. Hierdoor worden zogende pups en kittens via de moedermelk besmet. Een teef geeft de wormlarfjes daarnaast al vóór de geboorte aan haar pups via de baarmoeder. Een aantal weken later zijn de wormlarfjes volwassen geworden in de darmen van de pups en kittens. De volwassen spoelwormen leggen tot wel 200.000 eitjes per dag, deze eitjes besmetten vervolgens weer de omgeving en op die manier andere soortgenoten.
Een andere bron van besmetting met spoelwormeitjes vormt het opeten van een prooidier, zoals een vogel of een muis. Dit zijn zogenaamde "toevallige" gastheren voor de wormen aangezien de wormeitjes zich in deze dieren niet verder kunnen ontwikkelen, maar er alleen een tijdje opgeslagen worden. Een aantal weken na het eten van zo'n prooidier zitten er volwassen spoelwormen in de darm van hond of kat. Deze spoelwormen produceren dan weer massaal wormeitjes die de omgeving besmetten.

Symptomen
Bij volwassen honden en katten merkt U meestal niets van een spoelworminfectie, tenzij de besmetting ernstig is. Soms is er sprake van diarree en een verminderde conditie. Pups en kittens hebben doorgaans meer last van de spoelworminfectie. Ze blijven achter in groei en kunnen diarree krijgen. Vaak valt ook een opgezette buik op doordat wormen de darmwerking verstoren en gasvorming optreedt. Bij zeer zware besmettingen kunnen de wormen zelfs worden uitgebraakt. Daarnaast kan hoesten optreden doordat de wormlarfjes tijdens hun trektocht door het lichaam de longen passeren.

Gevaar voor de mens
Mensen kunnen zich ook met spoelwormen besmetten door contact met wormeitjes (park/tuin/zandbak/vacht hond of kat). De larven die uit de eitjes komen doorboren de darmwand en verspreiden zich via de bloedbaan in het lichaam, waar ze overal kleine ontstekingen kunnen veroorzaken. Meestal verloopt dit onopgemerkt en er treden geen ziekteverschijnselen op. Als ze wel optreden, lijken ze veel op griep. Een aantal organen, waaronder de lever en de ogen, kan soms ook op deze manier aangetast worden door spoelwormlarfjes. De larfjes ontwikkelen zich bij mensen overigens niet verder tot volwassen wormen, maar blijven in een rustfase. Uiteindelijk worden ze door het lichaam opgeruimd.
Bovendien heeft onderzoek uitgewezen dat de allergische reactie bij kinderen met aanleg tot astma versterkt kan worden door een spoelworminfectie.

Besmetting voorkomen
Overal waar honden en katten hun behoefte doen, komen spoelwormeitjes voor. Om besmetting van mens en dier te voorkomen, dient onze aandacht gericht te worden op hygiëne en op het ontwormen van honden en katten.

Hygiëne
Met de gebruikelijke schoonmaak- en ontsmettingsmiddelen worden spoelwormeitjes niet gedood. Daarom moeten we zorgen dat er zo min mogelijk contact is met wormeitjes door de volgende eenvoudige hygiënische maatregelen:

⦾ zandbakken afdekken zodat honden en katten er niet in kunnen
⦾ handen wassen na tuinieren/opruimen van ontlasting van hond en kat/spelen in de zandbak
⦾ handen wassen voor het eten
⦾ zorgvuldig ontlasting van hond en kat verwijderen uit kennel/kattebak/tuin/zandbak
⦾ ontlasting van hond en kat niet in de GFT-bak deponeren
⦾ vaste ligplaatsen van hond en kat regelmatig schoonmaken
⦾ honden niet uitlaten op kinderspeelplaatsen
⦾ regelmatig de kattebak verschonen

Het opruimen van verse ontlasting van hond en kat levert geen risico op voor de mens, aangezien spoelwormeitjes ongeveer twee weken nodig hebben om besmettelijk te worden.

Ontwormen
Door het regelmatig ontwormen van honden en katten zorgen we ervoor dat er zo min mogelijk wormeitjes in de omgeving terecht komen. Ontworm Uw hond of kat daarom volgens het onderstaande schema:

⦾ Pups op de leeftijd van 2, 4, 6 en 8 weken, daarna maandelijks tot 6 maanden leeftijd
⦾ Kittens op de leeftijd van 4,6 en 8 weken, daarna maandelijks tot 6 maanden leeftijd
⦾ Zogende teven en poezen telkens tegelijk met de pups/kittens ontwormen
⦾ Volwassen honden en katten minimaal 4 keer per jaar ontwormen, als U na het ontwormen spoelwormen in de ontlasting ziet, dan altijd de ontworming herhalen na enkele weken.

Net als bij vlooienmiddelen is het mogelijk dat ontwormingsmiddelen na bepaalde tijd niet meer goed werken, aangezien er resistentie ontwikkeld kan worden tegen het middel. Gebruik daarom altijd moderne ontwormingsmiddelen zodat U er van op aan kunt dat de wormen ook daadwerkelijk gedood worden.

Wij zijn u graag van dienst om ook voor uw dier het juiste middel te kiezen.