Sterilisatie van de hond
Inleiding
Medisch gezien is het niet juist om van sterilisatie te spreken. Met sterilisatie wordt namelijk het afbinden of doorknippen van de eileiders bedoeld. Bij een teef worden echter de eierstokken verwijderd, hetgeen we officieel castratie noemen. Wanneer we enkel de eileiders afbinden, dan zou de teef weliswaar ook onvruchtbaar worden, maar nog wel loops worden met alle nadelige gevolgen van dien.
De sterilisatie is de meest uitgevoerde operatie op de teef. De meest voor de hand liggende reden is natuurlijk geboortebeperking c.q. het voorkomen van de loopsheid. Daarnaast is er echter een aantal belangrijke medische redenen om een teef te steriliseren.
Een groot voordeel van de sterilisatie is de sterke afname van de kans op tumoren van de melkklieren. Met iedere loopsheid neemt het risico op melkkliertumoren toe. Bij een sterilisatie vóór de eerste loopsheid is de kans op het op latere leeftijd krijgen van melkkliertumoren minder dan 1%. Ter vergelijking, is een teefje 4 keer loops geweest, dan is die kans net zo groot als bij een niet gesteriliseerde teef! Bovendien kan een teef na de sterilisatie geen baarmoederontsteking meer krijgen. Ook neemt de kans op suikerziekte aanmerkelijk af.
Techniek
Voor de operatie moet de teef vasten. De reden hiervan is dat sommige dieren gaan braken van de narcose. Als er dan voedsel uitgebraakt wordt kan dit de luchtpijp in schieten waardoor een longontsteking of zelfs verstikking kan ontstaan.
Voor de ingreep worden hart en longen beluisterd. De narcose wordt toegediend via een branule (een dun buisje) in een bloedvat in een voorpoot. Tijdens de operatie krijgt de teef een tube in de luchtpijp waardoor extra zuurstof toegediend kan worden en zonodig gasnarcose. Ook worden ademhaling en hartslag goed in de gaten gehouden via monitoring.
De hond wordt op haar rug gelegd, de buik wordt geschoren, gewassen en gedesinfecteerd. Hierna wordt een sneetje in de buikwand gemaakt en worden de eierstokken opgezocht. Wij verwijderen vervolgens alleen de eierstokken en niet de baarmoeder, mits de baarmoeder geen afwijkingen vertoont. Het voordeel hiervan is dat de wond beduidend kleiner is en dat er in de buik minder beschadigd wordt. Omdat met het wegnemen van de eierstokken ook de hormoonproductie is stilgelegd is er geen risico meer op het krijgen van een baarmoederontsteking!
Complicaties
Bij iedere operatie kunnen zich problemen voordoen, zowel bij de narcose als bij de operatie zelf. Het plaatsen van een tube in de luchtpijp, de monitoring tijdens de narcose en de mogelijkheid tot het toedienen van extra zuurstof zijn enkele maatregelen die getroffen worden om de narcose zo veilig mogelijk te laten verlopen. Wat betreft de operatie zelf hangt het o.a. van het type hond af hoe de bereikbaarheid van de eierstokken is. De ernstigste complicatie is het nabloeden uit de eierstokstomp.
De teef moet altijd in de kliniek blijven totdat zij goed uit de narcose is ontwaakt. In die tijd wordt de hond regelmatig gecontroleerd.
Wondinfecties kunnen ook optreden na een sterilisatie. Dit wordt meestal veroorzaakt doordat de hond aan de wond heeft zitten likken. Tegenwoordig worden de hechtingen onder de huid gelegd, waardoor honden doorgaans netjes van de wond afblijven.
Ook kan het soms gebeuren dat een teef jaren na de sterilisatie incontinent wordt. Dit wil zeggen dat de teef af en toe druppeltjes urine verliest. Honden van grote rassen (met als uitzondering de dwergpoedel) hebben een verhoogd risico. Deze vorm van incontinentie is gelukkig goed te behandelen met medicijnen.
Wat karakterverandering na de sterilisatie betreft, teven worden in ieder geval niet slomer. Teven, die vóór de ingreep al fel waren, kunnen zelfs wat feller worden na de sterilisatie.
Ten slotte loopt een gesteriliseerde teef wat meer risico om te zwaar te worden. Het is daarom raadzaam om direct na de sterilisatie iets minder eten te geven en het gewicht van uw hond goed in de gaten te houden.
Leeftijd
Het is een fabeltje dat het beter is voor teven om eerst een nestje te krijgen voordat ze gesteriliseerd worden. Om zo min mogelijk kans te hebben op complicaties tijdens en na de operatie en de kans op het ontwikkelen van borstkanker te minimaliseren, adviseren we om teven te steriliseren 2-3 maanden na de eerste loopsheid. Honden van kleine rassen en kleine kruisingen kunnen ook al gersteriliseerd worden vóór de eerste loopsheid, dus op ongeveer 6 maanden leeftijd. Voor oudere teven is het beste tijdstip voor sterilisatie precies tussen twee loopsheden in, de eierstokken zijn dan het minst doorbloed, hetgeen de operatie gemakkelijker maakt en aldus de kans op complicaties verkleint.
Neem voor meer informatie over de leeftijd waarop we uw hond zouden willen steriliseren contact met ons op.
