Suikerziekte bij de hond

Suikerziekte bij de hond
Suikerziekte bij de hond is een aandoening die we regelmatig tegen komen in de praktijk. Het is een stofwisselingsziekte waarbij er een (relatief) te weinig insuline in het bloed circuleert. Dit resulteert in een hoog bloedsuiker, maar juist een tekort aan suiker (glucose) in de lichaamscellen.

Inleiding:
Iedere cel in het lichaam heeft energie nodig. Suiker uit de voeding is een belangrijke energiebron. Wanneer de voedingsstoffen uit de darm worden opgenomen, kan de lever dit omzetten in glucose en tijdelijk opslaan of afgeven aan het bloed. Voor het opnemen van de glucose uit het bloed hebben cellen insuline nodig. Insuline is een hormoon dat wordt gemaakt in de alvleesklier. Wanneer het glucose in het bloed stijgt, krijgt de alvleesklier een seintje om extra insuline te maken. Dit gebeurt bijvoorbeeld na het eten. Wanneer de alvleesklier geen insuline meer aanmaakt, zal het bloedglucose stijgen met alle gevolgen van dien.

Oorzaken:
Suikerziekte zien we bij dieren waarbij de alvleesklier geen insuline meer aanmaakt bijvoorbeeld als gevolg van een alvleesklierontsteking of een tumoreus proces. Dit zijn de uitzonderingen. Veel vaker zien we bij de hond (teefjes) een vorm van zwangerschapsdiabetes. In de periode na de loopsheid kan de hond schijnzwanger worden. Soms wordt schijnzwangerschap door een eigenaar opgemerkt en soms niet. Hormonaal gezien is iedere hond na iedere loopsheid steeds opnieuw schijnzwanger. De hormonen die dit veroorzaken zorgen ervoor dat het glucose in het bloed hoger wordt. De alvleesklier moet dan extra insuline aanmaken en hierbij raakt de alvleesklier als het ware uitgeput en ontstaat suikerziekte. Het risico op suikerziekte is dus ook een van de redenen om een teefje op jonge leeftijd te laten steriliseren. Bij de ziekte van Cushing zorgt een overmaat van het hormoon uit de bijnier voor een hoog glucose en raakt de alvleesklier uitgeput.

Symptomen:
In het beginstadium van de ziekte hebben de meeste honden meer honger. Immers er is wel een heel hoog glucose in het bloed, maar dit glucose in niet beschikbaar. Een ander zeer opvallend symptoom is veel drinken en veel plassen. Het hoge suiker wordt uitgescheiden door de nier en daarmee gaat ook veel vocht verloren. Het gevolg is meer drinken. Daarnaast zorgt dit verlies van glucose er ook voor dat de hond afvalt. Staar en algemene zwakte ontstaan doordat er glucose wordt gebonden aan eiwitten in het bloed welke neerslaan in de lens en rondom de zenuwen.

In een later stadium zal het lichaam een andere energiebron gaan aanspreken. Het vet uit het lichaam wordt dan in de lever omgezet. Hierbij worden ketonen gevormd. Deze ketonen kunnen als energiebron fungeren voor onder andere de hersenen en dit is dus een noodoplossing van het lichaam. Maar helaas zorgen de ketonen er ook voor dat de hond verzuurt. Er ontstaan afwijkingen in de mineralen. De hond zal nu minder eetlust krijgen en steeds slomer worden. In het laatste stadium van de ziekte zal de hond niet meer drinken en steeds slomer worden tot het stadium van coma.

Diagnose:
De diagnose suikerziekte wordt gesteld indien er suiker in de urine wordt gevonden èn een hoog suiker in het bloed. Bij twijfel kan er ook een extra stof worden gemeten welke aantoont dat het bloedglucose langere tijd te hoog is, de fructosamines. Deze ontstaan pas wanneer er langere tijd een hoog glucose in het bloed aanwezig is. Het is de vorming van glucose met een eiwit.

Afhankelijk van de toestand van het dier kan het bloedonderzoek nog worden uitgebreid met het bepalen van de mineralen, eiwitten, nierwaarden etc. Bij het urine onderzoek kan nog gekeken worden naar ketonen en de aanwezigheid van een blaasontsteking.

Behandeling en prognose:
Suikerziekte bij de hond kan zeer goed behandeld worden en heeft een goede levensverwachting. Het vraagt veel inzet en vooral regelmaat van de eigenaar. Een hond met suikerziekte moet levenslang 2 x daags op vaste tijdstippen eten krijgen en daarna een insuline injectie. Er is dieetvoeding beschikbaar waarmee de suikerziekte makkelijker kan worden gereguleerd. Bij teefjes is het nodig om deze ook te steriliseren. Zo wordt schijnzwangerschap voorkomen, is de hond beter in te stellen en er is zelfs een kans dat na de ingreep de suikerziekte geneest. Bij een verdenking van de ziekte van cushing moet hier op getest worden en ook deze ziekte is behandelbaar. Vanzelfsprekend is het bij honden met ernstige uitdroging nodig om ook infuus te geven en de mineralen in het bloed te corrigeren.

Honden met suikerziekte hebben levenslang begeleiding nodig van de dierenarts. Regelmatig is het nodig om het bloedglucose te laten controleren bij de dierenarts. De hoeveelheid insuline kan zo worden aangepast.