Niesziekte

De naam spreekt voor zich, niesziekte is een soort verkoudheid bij katten. De belangrijkste verwekkers van niesziekte zijn een herpesvirus en een calicivirus. Infectie geschiedt door direct contact tussen katten of door het uitniezen van druppeltjes virushoudend vocht over kleine afstand (tot 1.5 meter). Zieke dieren scheiden virus uit met neus- en ooguitvloeiing.

De incubatietijd (dat is de tijd die verloopt tussen het oplopen van een infectie en het daadwerkelijk ontwikkelen van ziektesymptomen) bedraagt enkele dagen tot een week. Niesziekte kan zich vervolgens in diverse vormen uiten. Van niezen, hoesten en proesten en wat waterige uitvloeiing uit de neus en/of oogjes, tot een ernstige aandoening zoals longontsteking. Ook blaasjes of zweertjes in de mond of op de tong kunnen deel uitmaken van de verschijnselen. Een verminderde eetlust, bijvoorbeeld door koorts of een verstopte neus, treedt vaak op de voorgrond.

De behandeling van niesziekte is afhankelijk van de ernst van de verschijnselen. Aangezien de veroorzaker doorgaans een virus is, zal het toedienen van antibiotica daar geen invloed op hebben. Toch is het geven van antibiotica vaak een onderdeel van de therapie, vooral doordat bacteriële infecties de kop kunnen opsteken doordat het virus de weerstand van de kat verminderd heeft. Zeer belangrijk is dat het dier blijft eten en drinken! Wanneer dit niet zo is dient het dier gedwangvoerd te worden en dient zonodig infuus gegeven te worden om uitdroging te voorkomen. In het ergste geval kan een kat zelfs komen te overlijden aan de gevolgen van niesziekte. Vooral heel jonge en niet gevaccineerde dieren zijn het slachtoffer. Daarnaast bestaat het risico dat katten die herstellen van niesziekte een chronische vorm kunnen ontwikkelen.

Een belangrijke rol in de verspreiding van niesziekte binnen een groep katten vormen de zogenaamde dragers. In een groot deel van de katten (tot 80%) die een infectie met het herpesvirus hebben doorgemaakt blijft het virus aanwezig in het lichaam, maar er worden geen infectieuze deeltjes gevormd. Echter periodiek kan het virus weer actief worden in het lichaam waarbij virusdeeltjes worden uitgescheiden door de kat. Dit treedt met name op na een periode van stress.

Gelukkig bestaan er entstoffen tegen de verwekkers van niesziekte, maar helaas leidt vaccinatie meestal niet tot volledige bescherming tegen de ziekte! Vaccineren voorkomt namelijk niet dat katten geïnfecteerd worden met het virus (en dus levenslang drager kunnen worden), maar zorgt er wel voor dat de ziektesymptomen minder ernstig zijn, dat er minder virusdeeltjes door de kat worden uitgescheiden en dat de kans op herstel veel groter is.